Veelgestelde vragen

Klik op een vraag om het antwoord te zien.

Ik heb alle actiepunten van de zelfinspectie afgerond. Moet ik nog meer doen?

Ja, u moet altijd zorgen dat de huidige situatie beoordeeld is. Dus als er veranderingen zijn in uw bedrijf, check dan direct of de maatregelen rond gevaarlijke stoffen nog steeds voldoen. Doorloop de stappen van de zelfinspectie nog een keer, dan krijgt u vanzelf de juiste actiepunten.

Veranderingen kunnen zijn:

  • U krijgt nieuwe werknemers.
  • Uw bedrijf schakelt zzp'ers of uitzendkrachten in.
  • U vervangt een gevaarlijke stof in het productieproces.
  • U gaat een nieuw product maken.
  • U introduceert nieuwe beheersmaatregelen of een nieuw productieproces.
  • Het VIB van een gevaarlijke stof wordt herzien.
  • De grenswaarden van een stof worden aangepast.
  • Een stof komt op de lijst van CMR-stoffen.
  • Een stof komt op de autorisatielijst of op de restrictielijst.

Check minimaal één keer per jaar de veiligheidssituatie in uw bedrijf. Onderzoek daarbij ook of u kankerverwekkende, mutagene of reproductietoxische stoffen kunt vervangen door een niet-gevaarlijk of minder gevaarlijke alternatief.

Wat zijn gevaarlijke stoffen?

Stoffen, mengsels of oplossingen zijn gevaarlijk als zij de gezondheid van uw werknemers kunnen schaden en/of als zij de veiligheid verminderen bij incidentele of langdurige blootstelling.

Met gevaarsetiket
Een groot aantal gevaarlijke stoffen is direct herkenbaar aan een gevaarsetiket. U ziet bijvoorbeeld een vlam, uitroepteken of doodshoofd op het etiket. Dit symbool staat dan ook op de het veiligheidsinformatieblad (VIB). Elk gevaarsetiket duidt op een bepaalde risicovolle eigenschap. Op de website van CLP/EU-GHS vindt u meer informatie over de betekenis van de etiketten. De verklaring van de etiketten is vastgelegd in de de Europese regelgeving CLP (Classification, Labelling and Packaging of chemicals), ook wel EU-GHS genoemd.

Zonder gevaarsetiket
Niet alle gevaarlijke stoffen dragen een gevaarsetiket. Sommige stoffen ontstaan pas bij werkzaamheden. Denk bijvoorbeeld aan lasrook of dieselmotoremissie (DME). Ook bepaalde natuurlijke stoffen, zoals kwartsstof of houtstof, kunnen gevaarlijk zijn.

Wat heeft REACH te maken met Arbo?

Er is een sterke relatie tussen REACH en uw arbobeleid. Een belangrijk aspect van REACH is de kennis over de gevaareigenschappen van stoffen, de beheersing van de risico's, en de communicatie daarover in de keten. Zonder deze informatie kunt u onmogelijk een goed Arbobeleid op het gebied van gevaarlijke stoffen voeren. Maar er zijn ook verschillen. Bijvoorbeeld dat REACH sommige stoffen of kleine hoeveelheden uitzondert van bepaalde verplichtingen, terwijl het Arbobesluit bepaalt dat u de blootstelling aan álle gevaarlijke stoffen goed moet beheersen. Lees de Handreiking REACH en Arbo.

Welke stoffen vallen onder REACH?

De meeste stoffen vallen onder REACH. Er zijn enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld radioactieve stoffen en afvalstoffen. Maar let op! Deze stoffen kunnen wel gevaarlijk zijn volgens de Arbowetgeving. Welke REACH-verplichtingen gelden, is afhankelijk van hoe gevaarlijk een stof is en hoeveel van die stof u maakt, mengt, importeert, verhandelt, vervoert of gebruikt.

Wilt u checken wat u moet doen? Ga dan naar de RIVM-website Chemische stoffen goed geregeld!

Moet ik ook stoffen voor huishoudelijk gebruik inventariseren?

Alleen als u deze stoffen professioneel gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan chloorbleekloog in de schoonmaakindustrie. Maar de gootsteenontstopper in de keuken hoeft u niet op te nemen in uw inventarisatie.

Moet ik ook gevaarlijke stoffen beoordelen waarmee mijn werknemers helemaal niet in contact komen?

Nee, dat hoeft niet. Als de stoffen goed verpakt binnenkomen, en de verpakking blijft altijd gesloten, dan worden uw werknemers niet blootgesteld aan die stoffen. Beoordeling is dan niet nodig. U moet deze stoffen wel inventariseren. Daarbij vermeldt u wat de gevaarlijke eigenschappen zijn van de stoffen.

Die gegevens gebruikt u voor het calamiteitenplan dat u ook moet opstellen. Want bij brand of een andere calamiteit lopen uw werknemers toch gevaar van blootstelling. In het calamiteitenplan beschrijft u wat u doet om de gevaren van blootstelling bij een calamiteit zo veel mogelijk te beperken.

Als blootstelling heel weinig voorkomt
Sommige stoffen gebruikt uw bedrijf niet dagelijks, maar bijvoorbeeld alleen bij onderhoudswerkzaamheden. Uw werknemers komen er dan toch af en toe mee in aanraking. Daarom moet u die stoffen wél inventariseren en beoordelen.

Wij zijn een groothandel, we verhandelen gevaarlijke stoffen. Moet ik daarvoor ook de grenswaarden bepalen?

Nee, dat hoeft niet. Als de stoffen goed verpakt binnenkomen, en de verpakking blijft altijd gesloten, dan worden uw werknemers niet blootgesteld aan de stoffen. De blootstelling blijft dan altijd onder de grenswaarde. U moet deze stoffen wel inventariseren. Daarbij vermeldt u wat de gevaarlijke eigenschappen zijn van de stoffen.

Die gegevens gebruikt u voor het calamiteitenplan dat u ook moet opstellen. Want bij brand of een andere calamiteit lopen uw werknemers toch gevaar van blootstelling. In het calamiteitenplan beschrijft u wat u doet om de gevaren van blootstelling bij een calamiteit zo veel mogelijk te beperken.

Moet ik de stoffen van de technische dienst ook beoordelen?

Ja. U moet alle gevaarlijke stoffen beoordelen die in uw bedrijf gebruikt worden. Dus ook de stoffen die niet direct te maken hebben met de hoofdwerkzaamheden van uw bedrijf. U kunt hier wel pragmatisch mee omgaan. Bijvoorbeeld door een groeps- of clusterbeoordeling te maken. Dit betekent dat u eerst inventariseert welke stoffen de technische dienst gebruikt. Daarna bepaalt u welke stof hiervan de meeste risico’s oplevert (vanwege zijn gevaarlijke eigenschappen of om andere redenen, bijvoorbeeld: toepassing in grote hoeveelheden, onder hoge druk of op hoge temperatuur).  U beoordeelt het blootstellingsniveau voor deze stof, en u neemt maatregelen om uw werknemers hiertegen te beschermen. Het idee is dat uw werknemers hiermee ook voldoende beschermd zullen zijn voor de overige stoffen.

Tip: zijn er stoffen bij die u niet meer gebruikt? Voer ze direct af, dan hoeft u ze ook niet meer te beoordelen.

Ik heb heel veel gevaarlijke stoffen. Wat nu?

Als uw bedrijf met heel veel verschillende gevaarlijke stoffen werkt, hoeft u niet alle stoffen in één keer te inventariseren en beoordelen. Begin met de stoffen die het meeste risico opleveren, zoals kankerverwekkende (carcinogene), mutagene en/of reproductietoxische stoffen. Of met de stoffen die veel worden gebruikt of die in kleine hoeveelheden al een groot effect hebben op de gezondheid. U bepaalt zelf de volgorde: welke stof is het meest risicovol? Leg vast welke keuzes u heeft gemaakt en welke afweging u daarbij heeft gemaakt. U moet de keuzes goed kunnen onderbouwen.

Clusteren
U kunt ook stoffen clusteren: stoffen die op elkaar lijken kunt u bij de beoordeling samenvoegen tot een cluster. Per cluster stelt u vervolgens vast welke stof het meeste risico oplevert.

Prioriteren
Prioriteren kan door middel van een Control Banding systeem. Op basis van H-zinnen (fysische eigenschappen en gezondheidsrisico’s) wordt een indeling in gevaarklassen gemaakt. De prioritering gebeurt vervolgens op basis van deze gevaarklassen en de werkplekomstandigheden. Op deze manier ontstaat een indeling in (zeer)hoog-risicostoffen, middel- en laag-risicostoffen.

Meer informatie over prioritering kunt u hier vinden:

Welke gegevens moet ik inventariseren?

Een opsomming van deze gegevens vindt u in Wat en hoe inventariseren?

Hoe bepaal ik de grenswaarde van een stof?

Dat leest u hier: Hoe ga ik te werk bij het vaststellen van grenswaarden?

Waar vind ik de gegevens over een gevaarlijke stof?

Deze gegevens haalt u voornamelijk van het veiligheidsinformatieblad (VIB). Dit heet ook wel: Safety Data Sheet (SDS). Bij mengsels noteert u alleen de componenten die op het VIB of SDS staan. Deze componenten zijn belangrijk bij de beoordeling van de blootstelling.

Geen VIB of SDS gekregen?
U hoort een VIB of SDS te krijgen van de leverancier van de stof. Heeft u geen VIB of SDS van een bepaalde stof? Dan bent u verplicht zelf informatie op te sporen. U kunt de leverancier of de fabrikant vragen om het VIB/SDS, zoeken op internet of de hulp inschakelen van een adviesbureau of uw brancheorganisatie.

Stoffen die ontstaan tijdens het werkproces
Bij het werk kunnen stoffen vrijkomen, zoals lasrook of kwartsstof. Uiteraard heeft u daar geen VIB van. In zo'n geval geldt: veiligheid boven alles. Neem alle denkbare maatregelen om gezondheidsschade te voorkomen. U kunt hiervoor informatie vragen bij uw brancheorganisatie, een arbodienst of een arbeidshygiënist.

Waarom zit er geen blootstellingsscenario bij het VIB?

Dat kan verschillende redenen hebben:

  • Uw stof of product hoeft geen blootstellingsscenario in het VIB te hebben. Volgens de regels van REACH/CLP is een blootstellingsscenario alleen verplicht voor gevaarlijke stoffen die in grote hoeveelheden (10 ton of meer) worden geproduceerd of geïmporteerd.
  • De fabrikant of importeur heeft de stof of het product nog niet geregistreerd bij ECHA. De einddatum voor registratie is mei 2018.
Wat als ik geen VIB van mijn leverancier krijg, terwijl dit wel zou moeten?

U bent zelf verantwoordelijk voor gezond en veilig werken in uw bedrijf. Dit betekent dat u in dat geval zelf de benodigde informatie moet verzamelen. Pas dan kunt u de risico?s beoordelen en de juiste maatregelen nemen bij het werken met gevaarlijke stoffen. Dus ook als u géén VIB van uw leverancier krijgt, bent u verantwoordelijk. De eenvoudigste manier om de informatie te verzamelen is om het VIB alsnog op te vragen bij uw leverancier.

Hoe weet ik of het VIB van mijn leverancier in orde is?

Elk VIB moet voldoen aan de uitgebreide Bijlage II van de REACH-verordening. Het is daarom lastig om snel te controleren of de informatie in het VIB klopt. Om een eerste indruk te krijgen of het VIB in orde is, kunt u de VIB-check gebruiken. Als uit de VIB-check blijkt dat het VIB niet in orde is, kunt u de uitslag direct doorsturen aan uw leverancier met het verzoek om het VIB te verbeteren.

Waarom krijg ik niet van alle stoffen een VIB?

Uw leverancier moet een VIB leveren bij stoffen en mengsels die:

  • volgens de CLP-verordening zijn ingedeeld als gevaarlijk - deze zijn te herkennen aan een gevarenpictogram op de verpakking;
  • persistent, bio-accumulerend en giftig of zeer persistent en zeer bio-accumulerend zijn - dit zijn slecht afbreekbare stoffen die schadelijk kunnen zijn voor het milieu;
  • op de kandidatenlijst voor autorisatie staan.

In alle andere gevallen is een VIB niet verplicht. Soms moet het VIB wel op verzoek leverbaar zijn. Bijvoorbeeld als een mengsel zelf niet als gevaarlijk is ingedeeld, maar wel een - volgens de CLP-verordening - gevaarlijke component bevat. Veel leveranciers maken een veiligheidsinformatieblad of VIB voor al hun producten, ongeacht of deze als gevaarlijk zijn ingedeeld of niet.

Wanneer mag ik de kick-off-grenswaarde gebruiken?

U gebruikt de kick-off-grenswaarde alleen als u geen andere grenswaarde kunt vinden voor de stof. Meer informatie over de bepaling van grenswaarden vindt u in Hoe ga ik te werk bij het vaststellen van grenswaarden?

Welke kick-off-waarde kan ik gebruiken bij blootstelling aan stofdeeltjes in de lucht?

Is er een H-zin (R-zin) voor deze stof? Dan kunt u op www.dohsbase.nl de kick-off-grenswaarde bepalen voor de stof.

Is er geen H-zin (R-zin) voor deze stof en heeft de stof geen specifieke eigenschappen? Raadpleeg dan een deskundige, zoals een arbeidshygiënist of iemand op het niveau van een arbeidshygiënist.

Als een stof geen grenswaarde heeft, mag ik dan de grenswaarde nemen van een stof met dezelfde H-zin (R-zin) en een vergelijkbare dampspanning?

Nee, dat mag niet. Vergelijkbare stoffen kunnen toch heel verschillende gezondheidseffecten hebben.

Als een mengsel maar een klein percentage CMR-stof bevat, geldt het dan toch als een CMR-stof?

Dat hangt af van het percentage. Als een mengsel een C-, M- en/of R-component bevat en de concentratie van die component is groter dan of gelijk aan de waarde in deze tabel, dan geldt het mengsel als een CM- of R-stof. Let op: voor CM-stoffen moet u meer gegevens vastleggen in uw inventarisatie dan voor R-stoffen!

De waarden in deze tabel komen uit de Preparatenrichtlijn 1999/45/EG, Bijlage II deel B, en uit de CLP-verordening (EG) Nr. 1272/2008, Bijlage I.

H / R zinnen

Niet-gasvormige preparaten

(gewichtsprocent)*

Gasvormige preparaten

(volumeprocent)*

Concentratiegrenzen *

in het mengsel

H340 (M)

R46

0.1

0.1

0.1

H350 (C)

R45 R49

0.1

0.1

0.1

H360 (R)

R60 R61

0.5

0.2

0.3

H361 (R)

R63

5

1

3

H362 (R)

 

 

3


* De concentratiegrenzen zijn van toepassing op vaste stoffen, vloeistoffen (gewichtsprocent) en gassen (volumeprocent).

Hoe en wat moet ik beoordelen?

Voor elke gevaarlijke stof waarmee uw werknemers in contact komen, beoordeelt u de aard, mate en duur van de blootstelling. Dat wil zeggen:

  • het soort stof en het risico daarvan
  • hoe komt de werknemer in contact met de stof (luchtwegen, huid, ogen)
  • hoe hoog is de blootstelling (contact met hoge/lage concentratie)
  • hoe lang duurt de blootstelling

Er zijn hiervoor verschillende online tools beschikbaar. Zie: Online hulpmiddelen om de blootstelling te beoordelen

Maakt het verschil voor de controle als ik de beoordeling laat doen door eigen mensen of door een arbodienst?

Dat hangt ervan af. Als uw eigen beoordelaar een deskundige is op het niveau van een arbeidshygiënist, dan maakt de inspecteur geen onderscheid tussen uw eigen beoordeling en de beoordeling door een arbodienst. De inspecteur zal bij een controle altijd dezelfde stappen doorlopen. De inspecteur neemt een steekproef van een behoorlijk aantal stoffen en controleert voor al die stoffen:

  • of het blootstellingsniveau per taak/handeling is bepaald
  • of de blootstelling is getoetst aan de grenswaarde van de stof
  • of de blootstelling volgens een geaccepteerde methode is vastgesteld
  • of u het daggemiddelde heeft berekend voor componenten die in meerdere stoffen voorkomen
  • of u rekening heeft gehouden met gecombineerde blootstelling bij stoffen die min of meer dezelfde schadelijke effecten veroorzaken
Moet ik de verschillende componenten in een mengsel apart inventariseren en beoordelen?

Ja. De meeste stoffen waarmee u werkt, bestaan uit een mengsel van verschillende componenten. U moet in dat geval voor elke component apart vastleggen:

  • hoeveel procent van elke component in het mengsel zit
  • wat de grenswaarde van die component is
  • wat de blootstelling is van uw werknemers aan die component

Als een werknemer in aanraking komt met verschillende stoffen, en die stoffen bevatten dezelfde component, dan moet de totale blootstelling per dag (= het daggemiddelde) beneden de grenswaarde blijven. U bepaalt het daggemiddelde door de blootstelling aan die component uit de verschillende stoffen bij elkaar op te tellen. Zie voor meer informatie: Toetsen aan de grenswaarden.

Hoe beoordeel ik de combinatie van verschillende oplosmiddelen?

Kijk uit voor gecombineerde blootstelling aan verschillende oplosmiddelen. Die bevatten verschillende componenten die min of meer hetzelfde schadelijke effect hebben. Dat effect stapelt zich op. Ook als de blootstelling per component dan beneden de grenswaarde blijft, kan het totale effect de gezondheid van uw werknemers schaden. U kunt berekenen of de gecombineerde blootstelling de toegestane grens niet overschrijdt, maar het is handiger om gecombineerde blootstelling zo veel mogelijk te vermijden. Vervang zo mogelijk de schadelijke stoffen door minder schadelijke stoffen en zorg voor goede beschermingsmiddelen.

Berekening van gecombineerde blootstelling

  • Bereken voor elke component: de blootstelling gedeeld door de grenswaarde van die component.
  • Tel de uitkomsten bij elkaar op.

De uitkomst van deze optelling moet lager zijn dan 1. Bij een hogere waarde moet u maatregelen nemen. Uw werknemers lopen dan een te hoog gezondheidsrisico.

Hulp bij de berekening?
Zie Toetsen aan de grenswaarden.

Moet ik werkzaamheden in de zuurkast ook beoordelen?

Ja. U moet de werkzaamheden in de zuurkast meenemen bij uw inventarisatie en beoordeling van gevaarlijke stoffen. Bij de beoordeling kunt u een containmentmeting gebruiken om een schatting te maken van de eventuele blootstelling.

De ene zuurkast is de andere niet. Let erop dat de zuurkast geschikt is voor de experimenten die u daarin wilt uitvoeren. Factoren die het (inhalatie)risico bij een experiment in een zuurkast bepalen zijn:

  • de hoeveelheid te bewerken stof;
  • de vluchtigheid of verdelingsgraad van de stof onder de gegeven omstandigheden;
  • de aard van de bewerking (open of gesloten);
  • de giftigheid van de stof;
  • de ontvlambaarheid en de explosiegrenzen van de stof.
Wij zijn een afvalverwerkingsbedrijf. Moet ik de afvalstoffen ook inventariseren en beoordelen?

Dat hoeft niet tot in detail. Maar u moet wel inzicht hebben in de verschillende soorten stoffen die er binnenkomen. Maak daarvan een inventarisatie. Op basis van deze kennis zorgt u voor een goede bescherming van uw medewerkers. Neem structurele maatregelen om blootstelling te voorkomen. En zorg dat uw medewerkers zich bewust zijn van de risico’s. Geef goede voorlichting!

Zorg voor een goed calamiteitenplan, dat is toegesneden op de gevaren die kunnen ontstaan bij brand, ontploffing of andere calamiteiten.

Let ook op de voorschriften voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Sommige afvalstoffen mogen niet bij elkaar worden opgeslagen. Zie hiervoor Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15).

Welke maatregelen zijn geschikt?

Dat verschilt natuurlijk per branche en per bedrijf. Bestaat er een arbocatalogus voor uw branche? Dan staan hierin vaak maatregelen om de blootstelling van gevaarlijke stoffen te verminderen. Houd altijd rekening met de specifieke situatie in uw bedrijf. Beoordeel zelf of de maatregelen in de arbocatalogus effectief genoeg zijn voor uw situatie. Klik voor een overzicht van alle arbocatalogi.

Waar kan ik terecht voor informatie en ondersteuning?

Als u geen deskundigheid in huis hebt op het gebied van gevaarlijke stoffen, kunt u externe hulp inschakelen. Bijvoorbeeld:

  • gespecialiseerde bureaus
  • arbodiensten met arbeidshygiënisten
  • brancheverenigingen, zoals de Nederlandse Rubber-, Lijm- en Kunststofindustrie (NRK) en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI)
  • vakverenigingen, zoals de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVVA) en de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK)

U blijft als werkgever altijd zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid binnen uw bedrijf!

Online kennis vinden
Natuurlijk kunt u tips en praktijkvoorbeelden vinden op diverse internetsites. Soms moet u voor die informatie betalen. Voorbeelden: Stoffenmanager® en de arbo-informatiebladen van de Sdu.

Op het internet is veel nuttige informatie te vinden, maar let altijd op de herkomst en de betrouwbaarheid van de informatie. De publicaties van andere organisaties worden niet gecheckt door de Inspectie SZW.

Kan ik de actiepunten meenemen naar mijn ondernemingsdossier?

Op dit moment kan dat alleen als u bent aangesloten bij de NRK (Nederlandse rubber- en kunststofindustrie). Dat gaat zo:

  • Log in op www.mijnondernemingsdossier.nl
  • Open de zelfinspectie vanuit uw ondernemingsdossier. U vindt hem op het tabblad Maatregelen, en dan onder ARBO (gevaarlijke stoffen).
  • Doorloop de zelfinspectie.
  • Na elke stap kunt u de actiepunten versturen naar uw ondernemingsdossier.
Het blootstellingsscenario in het VIB voldoet niet aan de arbeidshygiënische strategie. Wat moet ik doen?

U moet altijd zelf zorgen dat uw maatregelen de arbeidshygiënische strategie volgen. Dus: eerst bronmaatregelen, dan technische en collectieve maatregelen, en dan pas individuele beschermingsmiddelen. U kunt de beheersmaatregelen uit het blootstellingsscenario niet klakkeloos overnemen.

Het blootstellingsscenario is toegesneden op een denkbeeldig bedrijf. Het houdt er bijvoorbeeld geen rekening mee dat werknemers op één dag aan verschillende gevaarlijke stoffen kunnen worden blootgesteld. En dat maakt wel uit voor de keuze van beheersmaatregelen. U moet zelf beoordelen welke maatregelen in uw bedrijf noodzakelijk en mogelijk zijn.

Als het blootstellingsscenario zegt dat ik persoonlijke beschermingsmiddelen moet gebruiken, kan ik er dan van uitgaan dat ik voldoe aan de arbeidshygiënische strategie?

Nee, niet automatisch. U moet altijd zelf nagaan of uw bedrijf bij het volgen van het blootstellingsscenario blijft voldoen aan de arbeidshygiënische strategie. De omstandigheden en mogelijkheden om maatregelen te nemen verschillen immers van bedrijf tot bedrijf. Ook zal uw leverancier de eerste stap van de arbeidshygiënische strategie (vervanging van de stof door een minder gevaarlijke) wellicht niet in zijn blootstellingsscenario opnemen.

Hoe bepaal ik de grenswaarde van een mengsel?

Het komt niet vaak voor dat er een grenswaarde is bepaald voor het mengsel als geheel. Benzine is een voorbeeld van een mengsel met een eigen grenswaarde, namelijk 240 mg/m³. In dit geval mag u de blootstelling van uw werknemers toetsen aan deze grenswaarde.

De meeste mengsels hebben geen eigen grenswaarde. In dat geval moet u voor iedere component een grenswaarde bepalen.

Bij welke werkzaamheden kunnen kankerverwekkende of mutagene stoffen vrijkomen?

Bij deze werkzaamheden is er een grote kans dat er CM-stoffen vrijkomen:

  • asbestsanering
  • laswerkzaamheden
  • bewerking en verwerking van metaal
  • bewerking van steenachtige materialen (kwartsstof)
  • bewerking van hardhout
  • bewerking en verwerking van chemisch afval
  • bewerking en verwerking van verontreinigde grond
  • tankreiniging
  • brandweeractiviteiten (roet, asbest)
  • gebruik van dieselmotoren

Ook bij andere werkzaamheden kunnen CM-stoffen vrijkomen. Dat hangt natuurlijk vooral af van de stoffen en materialen waarmee u werkt.

Moet ik ook stoffen inventariseren die vrijkomen bij het werk?

Ja, als uw medewerkers daarmee in aanraking kunnen komen. U moet in uw inventarisatie namelijk álle stoffen vastleggen waaraan uw medewerkers kunnen worden blootgesteld.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan dieselmotoremissie, kwartsstof en lasrook. Er bestaat geen VIB van deze stoffen en de stoffen hebben geen H-zinnen. Maar u moet wel informatie vastleggen over de grenswaarde, het soort arbeid en of het een kankerverwekkende, mutagene en/of reprotoxische stof is.

Welke extra gegevens moet ik vastleggen voor CM-stoffen?

Dit zijn de extra gegevens die u moet vastleggen voor CM-stoffen:

  • de hoeveelheid CM-stoffen die u per jaar vervaardigt, gebruikt of op voorraad heeft. In liters, (kilo)grammen, etc.
  • een lijst van alle werknemers die worden blootgesteld aan kankerverwekkende en/of mutagene stoffen
  • voor elke C- of M-stof: waarom u deze stof gebruikt en niet heeft vervangen door een minder schadelijke stof
  • de algemene, preventieve maatregelen die u neemt om blootstelling te voorkomen
  • de persoonlijke beschermingsmiddelen die uw medewerkers gebruiken
Hoe kan ik stoffen herkennen die verdacht worden van kankerverwekkende of mutagene eigenschappen?

U kunt verdachte CM-stoffen herkennen aan deze H-zinnen:

H341: verdacht van het veroorzaken van genetische schade
H351: verdacht van het veroorzaken van kanker

Voor CM-stoffen moet ik extra gegevens vastleggen. Geldt dat ook voor stoffen die verdacht worden van kankerverwekkende of mutagene eigenschappen?

Nee. Voor deze stoffen geldt de wettelijke verplichting niet. Het is wel verstandig om de verdachte stoffen apart aan te duiden in uw registratie. U kunt ze dan makkelijk terugvinden als er wijzigingen zijn in de situatie. Bijvoorbeeld als er andere regels komen voor verdachte CM-stoffen, of als een verdachte stof definitief wordt opgenomen in de lijst van kankerverwekkende stoffen.

U kunt verdachte CM-stoffen herkennen aan deze H-zinnen:

H341: Verdacht van het veroorzaken van genetische schade
H351: Verdacht van het veroorzaken van kanker

Hoe registreer ik de blootstelling aan CM-stoffen van de medewerkers?

In de RIE heeft u per afdeling, functie en/of taak geïnventariseerd en beoordeeld of er sprake is van blootstelling aan CM-stoffen. Deze resultaten kunt u koppelen aan uw personeelsregistratie. U kunt ook de bedrijfsarts of arbodienst vragen om u hierbij te ondersteunen. Gegevens kunnen bijvoorbeeld ook opgenomen worden in het medisch dossier van de blootgestelde werknemers.

Moet ik de extra gegevens voor CM-stoffen ook vastleggen voor CM-stoffen die vrijkomen bij het werk?

Ja, maar het kan lastig zijn om de mate van blootstelling precies te bepalen. Kies daarom een pragmatische aanpak:

Leg vast welke werknemer in welke periode een functie heeft gehad waarbij hij aan CM-stoffen is blootgesteld. Koppel deze informatie aan de blootstellingsgegevens die in de RI&E per functie zijn vastgelegd.

Deze gegevens kunnen bijvoorbeeld ook opgenomen worden in de medisch dossiers van de blootgestelde werknemers.

Waarom moet ik registreren welke medewerkers zijn blootgesteld aan CM-stoffen?

Deze gegevens zijn nodig als een werknemer ziek wordt, om te bepalen of er verband kan zijn tussen werk en ziekte.

Welk schattingsmodel kan ik gebruiken om de blootstelling te beoordelen?

Er zijn hiervoor verschillende online tools beschikbaar. Zie: Online hulpmiddelen om de blootstelling te beoordelen.

Hoe kan ik de blootstelling beoordelen met metingen?

Het meten en beoordelen van blootstelling vraagt specialistische kennis. U moet rekening houden met veel verschillende factoren. Bijvoorbeeld:

  • U moet bepalen bij welke werknemers welke stoffen gemeten kunnen worden en onder welke omstandigheden.
  • Vaak moet u op meerdere dagen metingen uitvoeren om met zekerheid te weten dat de situatie voldoende beheerst is. Dit komt omdat de meetresultaten sterk kunnen verschillen als gevolg van wisselende omstandigheden.
  • De meetmethode en de beoordeling van de resultaten moeten voldoen aan de leidraad van NEN 689 (Werkplekatmosfeer: Leidraad voor de beoordeling van de blootstelling bij inademing van gevaarlijke stoffen voor de vergelijking met de luchtgrenswaarden en de meetstrategie) of aan de richtlijn van de vereniging van Nederlandse en Britse arbeidshygiënisten.

De blootstellingsbeoordeling moet altijd uitgevoerd of getoetst worden door een deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist.

Moet ik de blootstellingsbeoordeling laten toetsen?

Dat hangt ervan af. Is de beoordeling uitgevoerd door een gecertificeerd deskundige? Dan is extra toetsing niet nodig.

Is de blootstellingsbeoordeling uitgevoerd door iemand die niet gecertificeerd is daarvoor? Dan moet u de blootstellingsbeoordeling (op basis van metingen en/of een kwantitatief schattingsmodel) laten toetsen door een deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist.

Hoe gebruik ik het blootstellingsscenario in het VIB?

In het blootstellingsscenario is aangegeven welke maatregelen u moet nemen om veilig met het product te kunnen werken. Een check of u voldoet aan deze maatregelen is echter te beperkt voor een risicobeoordeling. In de RI&E gevaarlijke stoffen moet u specifieker ingaan op de eigen bedrijfsomstandigheden, zoals effectiviteit van beheersmaatregelen, onderhoud e.d.

Bekijk ook of uw werknemers op een dag in aanraking komen met meerdere stoffen of mengsels. Deze combinatie-blootstelling zult u zelf moeten beoordelen.

De beheersmaatregelen in het blootstellingsscenario volgen niet altijd de arbeidshygiënische strategie. Zorg dat uw beheersmaatregelen wel de arbeidshygiënische strategie volgen. Het komt ook voor dat het blootstellingsscenario werkt met een andere grenswaarde, bijvoorbeeld een DNEL, terwijl er misschien in Nederland een wettelijke grenswaarde is voor de stof. Dit moet u zelf nog controleren.

U moet dus een risicobeoordeling maken die op uw situatie van toepassing is. De informatie uit het VIB geeft uiteraard wel waardevolle informatie voor de risicobeoordeling en voor de identificatie van gezondheids- en veiligheidsmaatregelen.

Voor meer informatie: Handreiking REACH en Arbo

Kan ik de waarden van het blootstellingsscenario in het VIB één op één overnemen voor mijn bedrijf?

Dat kan alleen als uw bedrijfssituatie in alle opzichten overeenkomt met het blootstellingsscenario in het VIB. Bijvoorbeeld: grootte van de ruimte, ventilatie- en afzuigvoorzieningen, enzovoort. Dat komt niet vaak voor.

Mijn branche heeft een veilige werkwijze ontwikkeld. Moet ik nu nog zelf de blootstelling beoordelen?

Nee, dat is niet nodig. Als de werkwijze in uw bedrijf precies overeenkomt met de veilige werkwijze in de Arbocatalogus, mag u ervan uitgaan dat de blootstelling beneden de grenswaarde blijft.

Wat is een veilige werkwijze?

Een 'kant-en-klare' veilige werkwijze is een werkwijze die nauw gedefinieerd is en geldig is voor één bedrijfstak, één proces, taak en/of populatie en één stofgroep waarbij de blootstelling aantoonbaar onder de grenswaarde blijft.

Het kan zijn dat uw branche een Veilige werkwijze heeft ontwikkeld, deze kunt u dan terugvinden in de Arbocatalogus van uw branche.

Ben ik verplicht om biologische monitoring uit te voeren?

Dat is alleen verplicht voor stoffen waarvoor een wettelijke biologische grenswaarde bestaat. U moet iedere werknemer die met zo'n stof werkt in de gelegenheid stellen om de hoogte hiervan te laten bepalen in het biologisch medium (bijvoorbeeld: bloed, urine).

Op dit moment is er alleen voor lood een wettelijke biologische grenswaarde.

Voor sommige andere stoffen zijn er biologische grenswaarden die niet wettelijk zijn vastgelegd. U kunt dan biologische monitoring aanbieden als controle op de blootstelling. Dit kan aanvullend aan luchtmetingen zijn of in plaats ervan. Biologische monitoring in plaats van luchtmetingen kan alleen als er een goede relatie bekend is tussen gemeten biologische waarden en luchtgrenswaarden.

Als biologische monitoring op de juiste wijze wordt uitgevoerd, kan het een goed inzicht geven in de hoogte van de blootstelling. Zeker bij stoffen die zowel via de inademing als via de huid in het lichaam opgenomen kunnen worden, is biologische monitoring zinvol.

Hoe beoordeel ik de blootstelling aan een mengsel?

Het komt niet vaak voor dat er een grenswaarde is bepaald voor het mengsel als geheel. Benzine is een voorbeeld van een mengsel met een eigen grenswaarde, namelijk 240 mg/m³. In dit geval mag u de blootstelling van uw werknemers toetsen aan deze grenswaarde.

De meeste mengsels hebben dus geen eigen grenswaarde. In dat geval moet u de blootstelling van uw werknemers per component beoordelen. U toetst dan de blootstelling aan de grenswaarden van de verschillende componenten. Als de componenten dezelfde gezondheidseffecten hebben (zoals oplosmiddelen), dan moet u de blootstelling bij elkaar optellen.

U kunt de blootstelling aan een mengsel ook beoordelen aan de hand van de meest gevaarlijke component. Dit kan alleen als de keuze voor deze component goed is onderbouwd. Zo'n component wordt vaak een 'marker' genoemd. Het gaat altijd om de meest risicovolle component in het mengsel.

Laat een arbeidshygiënist (of een andere deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist) beoordelen welke component hiervoor geschikt is. De deskundige moet ook rekening houden met het risico van gecombineerde blootstelling.

Wat betekent 'technisch uitvoerbaar' concreet?

'Technisch uitvoerbaar' wil zeggen: de voorziening, installatie of machine is te koop en is toepasbaar in uw situatie.

Als een voorziening wel verkrijgbaar is maar bijvoorbeeld alleen in een formaat dat in een bepaalde gebruikssituatie niet passend is of passend te (laten) maken is, is de voorziening in die situatie niet toepasbaar.

Of een voorziening wel of niet toepasbaar is, kan dan ook per bedrijfstak verschillend zijn.

Is een voorziening technisch uitvoerbaar? Dan moet u die toepassen, op zo kort mogelijke termijn.

Wat is de arbeidshygiënische strategie?

Dat leest u in: Hoe werkt de arbeidshygiënische strategie?

Wat zijn de gezond-verstandmaatregelen?

Zie de Checklist: Maatregelen met gezond verstand.

Hoe weet ik of mijn stof onder de autorisatieplicht valt?

Check de autorisatielijst. De autorisatielijst op de website van ECHA bevat alle stoffen waarvoor u autorisatie nodig heeft. Zonder autorisatie mag u die stoffen niet produceren, gebruiken of verhandelen.

De datum waarop de autorisatie is ingegaan of ingaat, is opgenomen in de kolom 'sunset date'.

Krijg ik automatisch een nieuw VIB van mijn leverancier als het VIB is gewijzigd?

In principe moet de leverancier van het product dat verzorgen. Het is goed daarover afspraken met de leverancier te maken. Het blijft uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat u de meest recente VIB's in huis heeft.

Hoe moet een inventarisatie eruit zien?

U mag zelf bepalen wat voor u handig werkt. Er is geen vast format voorgeschreven.

Enkele voorbeelden van een inventarisatielijst (ook wel: stoffenregister) vindt u hier:

Is het altijd nodig om voor elke stof een kwantitatieve luchtgrenswaarde op te stellen?

Nee, in bepaalde situaties hoeft dat niet. Namelijk als er geen blootstelling plaatsvindt omdat de stofeigenschappen of de werkwijze blootstelling uitsluiten. Bijvoorbeeld bij:

  • gevaarlijke stoffen die worden verhandeld zonder overpakken of overschenken van de gevaarlijke stof uit de verpakking
  • gevaarlijke stoffen in een gesloten systeem zonder monstername of andere handelingen waarbij blootstelling kan optreden.

Zijn de gezondheidseffecten van een stof niet bekend?
U moet de stof dan altijd behandelen alsof het een zeer gevaarlijke stof is. En de bijpassende beschermingsmaatregelen nemen.

Hoe behandel ik de stoffen van de Research & Development-afdeling?

In principe moet u de stoffen van Research & Development (R&D) precies zo behandelen als de andere stoffen in uw bedrijf. Dus:

  • inventariseren en gegevens vastleggen
  • blootstelling beoordelen
  • maatregelen nemen om de blootstelling omlaag te brengen.

Als er weinig of geen gegevens zijn
Het gebeurt vaak dat er voor R&D-stoffen weinig of geen gegevens zijn, zodat het niet mogelijk is om een grenswaarde vast te stellen. In dat geval moet u de stof altijd behandelen alsof het een zeer gevaarlijke stof is. U neemt bijpassende beschermingsmaatregelen om blootstelling te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken.

Moet ik ook extra gegevens vastleggen voor verdachte CM-stoffen?

Nee. Voor deze stoffen geldt de wettelijke verplichting niet. Het is wel verstandig om de verdachte stoffen apart aan te duiden in uw inventarisatie. U kunt ze dan makkelijk terugvinden als er wijzigingen zijn in de situatie. Bijvoorbeeld als er andere regels komen voor verdachte CM-stoffen, of als een verdachte stof definitief wordt opgenomen in de lijst van kankerverwekkende stoffen.

U kunt verdachte CM-stoffen herkennen aan deze H-zinnen:

H341: Verdacht van het veroorzaken van genetische schade
H351: Verdacht van het veroorzaken van kanker

Welke extra gegevens moet ik vastleggen voor reproductietoxische (R-)stoffen?

Dit zijn de extra gegevens die u moet vastleggen voor R-stoffen:

  • de hoeveelheid R-stoffen die u per jaar vervaardigt, gebruikt of op voorraad heeft
  • het aantal werknemers dat kan worden blootgesteld aan de R-stoffen

Deze gegevens moet u ook vastleggen voor verdachte R-stoffen (te herkennen aan H361).

Moet ik toezicht houden op werknemers die alleen werken?

Het is in de praktijk niet altijd mogelijk om toezicht te houden op werknemers die alleen op locatie werken. Als werkgever bent u wel verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers op eenpersoonsposten en buitenlocaties. Daarom moet u goed weten wat de risico's zijn op die locatie. En welke maatregelen en voorzieningen nodig zijn om de risico's van 'alleen werken' te beperken. Deze situaties, waarin werknemers alleen werken, moet u benoemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Meer hierover leest u op het arboportaal.

Wat is het verschil tussen een PAGO en een PMO?

Een PAGO (periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek) is uitsluitend gericht op de arbeidsgebonden risico's die zijn beschreven in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Een PMO (preventief medisch onderzoek) richt zich meer op de algemene gezondheid van de medewerkers.

Als werkgever bent u verplicht om een PAGO aan te bieden aan uw werknemers. Het doel van het PAGO is vroegtijdig signaleren van gezondheidsschade als gevolg van risico's in het werk. De bedrijfsarts geeft advies over inhoud en frequentie van het PAGO.

Een PMO kan input geven voor het preventief gezondheidsbeleid van uw organisatie. Vaak wordt het aangeboden in het kader van duurzame inzetbaarheid. Het PAGO kan onderdeel zijn van een PMO.

Kan ik de grenswaarde uit het VIB overnemen?

In principe wel, maar de grenswaarden in het VIB zijn niet altijd juist. Check daarom in de database van de SER of dit inderdaad de grenswaarde is met het laagste gezondheidsrisico.

Wat betekent dit pictogram en welke risico?s zitten aan de stof?

De Stoffencheck geeft hier antwoord op.